Wanneer we de jaarrekeningen van 2024 en 2025 naast elkaar leggen, valt een duidelijke en zorgwekkende trendbreuk op. Waar 2024 nog werd gekenmerkt door financieel evenwicht en doordacht beheer, zien we in 2025 een heel ander beeld.
In 2024 was er sprake van een sterk financieel jaar met een budgettair overschot van meer dan 3,3 miljoen euro en een solide buffer. De investeringen bedroegen ongeveer 1,6 miljoen euro en werden bewust en gefaseerd uitgevoerd. Dat getuigde niet van stilstand maar van een doordachte en verantwoordelijke aanpak waarbij timing en haalbaarheid centraal stonden.
De kritiek dat er in dat jaar "geld werd opgepot", houdt dan ook geen stand. Er werd wel degelijk geïnvesteerd maar met oog voor financiële stabiliteit en lange termijn evenwicht.
In 2025 verandert dat beeld echter ingrijpend. Het jaar sluit af met een negatief budgettair resultaat van meer dan 600.000 euro, terwijl de investeringsbalans verslechtert tot een tekort van meer dan 4 miljoen euro. Dat wijst niet op een doordachte versnelling maar op een gebrek aan evenwicht en financiële beheersing.
Opvallend is dat dit resultaat toch als een vooruitgang wordt voorgesteld. Er wordt gesproken over overschotten, terwijl die in werkelijkheid grotendeels voortkomen uit uitgestelde investeringen. Tegelijk worden opnieuw aanzienlijke bedragen doorgeschoven naar volgende jaren. In essentie zou je kunnen zeggen dat de aanpak blijft bestaan uit dezelfde mechanismen maar ze wordt vandaag minder evenwichtig toegepast en leidt tot duidelijke slechtere resultaten.
Wie de documenten grondig analyseert, merkt bovendien dat grote delen van de toelichtingen overgenomen zijn van eerdere jaarrekeningen onder het bestuur dat zogezegd zo slecht was. Dat wijst niet op een fundamenteel vernieuwde aanpak maar eerder op een voortzetting van bestaande structuren zonder de bijhorende financiële resultaten.
De conclusie is dan ook helder: het verschil zit niet in een nieuw beleid maar in de uitkomst ervan. Waar 2024 nog stond voor evenwicht, voorzichtigheid en financiële duurzaamheid, zien we in 2025 een verschuiving naar een minder stabiele en minder consistente uitvoering.
Het probleem ligt daarmee niet in de principes die eerder werden gehanteerd maar in de manier waarop ze vandaag worden toegepast, met duidelijk zwakkere resultaten tot gevolg.